Ultiem kringloopdier

Het Nederlandse varken is een ultiem kringloopdier. Varkens eten met smaak de restproducten uit onze humane voedingsmiddelenindustrie. Daarnaast gebruiken wij de onderdelen van het varken voor uiteenlopende doeleinden. Zo maken we van de varkensharen kwasten.

Restproducten als varkensvoer
De varkenssector draagt in grote mate bij aan de benutting van waardevolle restproducten. Een varken heeft slechts 2,5 kilo voer nodig om 1 kilo te groeien. De varkenshouderij in Nederland gebruikt 5 miljoen ton mengvoer. Circa 65 procent van de grondstoffen is afkomstig van de humane levensmiddelenindustrie; restproducten uit de verwerking van aardappelen, bier, granen, citrusvruchten en plantaardige oliën. Deels komen deze producten in het mengvoer en deels komen ze ook als losse grondstoffen bij de veehouders. Het totale volume vochtrijke bijproducten dat naar de varkenssector gaat, bedraagt circa 2,9 miljoen ton. Dit komt qua drogestof overeen met circa 600.000 ton mengvoer. Dit is nog afgezien van producten zoals soja- en raapzaadschroot. De varkenssector draagt hierdoor bij aan de benutting van waardevolle restproducten.

Van neus tot krulstaart
Het varken levert ons niet alleen speklapjes, worst en karbonade. Alles van het varken wordt gebruikt: van neus tot staart. We komen het varken overal tegen ; varierend van verf, make up, medicijnen, tot brood of snoep.  De film 'Varkens horen bij Nederland' is gemaakt in opdracht van de NVV en geeft een goed beeld waar we dagelijks het varken kunnen tegenkomen.